Stappenplan voor het aanvragen van UZI-middelen

Sinds 1 juni 2009 is de wet "BSN-z" (Burger Service Nummer in de Zorg) van kracht. Vanaf die datum bent u verplicht een vertrouwd BSN te gebruiken bij gegevensuitwisseling met andere zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars. Het BSN is vertrouwd wanneer deze is geverifieerd door een betrouwbare bron.

U kunt het BSN verifiëren bij de Sectorale Berichten Voorziening in de Zorg (SBV-Z). Wettelijk gezien mag dit ook via VECOZO met de COV-check. Dit is echter minder zorgvuldig. Het bestand van SBV-Z is altijd up-to-date en wordt rechtstreeks gevuld vanuit de GBA (Gemeentelijke Basis Administratie). Bovendien zijn in dit bestand ook de gegevens van alle onverzekerden opgenomen.

Naast de BSN verificatie worden ook de NAW-gegevens van de betreffende patiënt automatisch toegevoegd in Intramed. Met de COV gebeurt dat niet.

Warning

Vanaf 1 juli 2013 is het een betaalde dienst.

Benodigde zaken

Als u het BSN wilt verifiëren via de SBV-Z moet u zich als zorgverlener digitaal kunnen identificeren bij de SBV-Z. U heeft hier het volgende voor nodig:

  • een abonneenummer;
  • een UZI-pas met kaartlezer;
  • en/of een UZI-servercertificaat.

Stappen voor het aanvragen van UZI-middelen

De voorbereidings- en invoeringsfase voor het aanvragen en gebruiken van UZI-middelen is hierna in een tabel weergegeven. In de eerste kolom is een indicatieve tijdlijn aangegeven, die loopt van week 1 tot en met week 10. Het complete proces zal dus ongeveer 10 weken duren.

Stap 1 (week 1)

Bepaal wie binnen de praktijk verantwoordelijk is/zijn voor de invoering van het BSN: wie neemt de leiding? Bij meerdere praktijken onder één dak moet iedere vennoot het BSN invoeren. Werkt u in loondienst dan is de werkgever verantwoordelijk voor het invoeren van het BSN.

Stap 2 (week 2)

Check of de patiëntenadministratie is aangesloten op Internet.

Stap 3 (week 3)

Abonneer u bij het UZI-register (www.uziregister.nl of www.infobsnzorg.nl). U heeft de keuze tussen abonneren als zorgverlener of als organisatie.

Stap 4 (week 5)

Vraag UZI-middelen aan, klik hier (of via www.uziregister.nl of anders op www.infobsnzorg.nl). Stappen 3 en 4 kunnen in één keer doorlopen worden als u de aanvragen tegelijkertijd naar het UZI-register stuurt. Hierbij is het aan te bevelen om bij het type identiteitsdocument uw paspoort in te vullen, omdat hierin al uw voornamen voluit zijn opgenomen.

De therapeut kiest voor zichzelf een UZI-zorgverlenerpas. Per medewerker vraagt de praktijkhouder een UZI-medewerkerpas aan. Als u een UZI-pas niet op naam aanvraagt, moet u zelf bijhouden welke medewerker op welk moment de pas in gebruik heeft.

Als het BSN wordt opgevraagd vanaf verschillende werkplekken, vraagt u voor iedere werkplek een kaartlezer aan. Wordt binnen uw praktijk gewerkt met een eigen server dan kunt u, in overleg met Intramed, een server-certificaat aanvragen. Hiervan kunt u alleen gebruik maken als u voldoet aan de vereiste veiligheidseisen.

Stap 5 (week 7)

Haal de UZI-pas op bij het postkantoor. De kaartlezer (en de pincode) ontvangt u via de reguliere post.

Stap 6 (week 7)

Installeer de kaartlezer. Voor het downloaden van de installatiesoftware klik hier. Kunt u het daar niet vinden, kijk dan op www.uziregister.nl onder "Downloads".

Stap 7 (week 7)

Installeer de software-update.

Stap 8 (week 8)

In uw patiëntenadministratie en in alle communicatie met verwijzers of andere zorgverleners moet u voortaan het BSN vermelden. Pas alle praktijkformulieren aan waarop u het BSN moet gaan gebruiken.

Stap 9 (week 9)

Pas de werkwijze aan binnen uw praktijk, bijvoorbeeld:

  • communicatie naar de patiënt;
  • inschrijven nieuwe patiënt;
  • vaststellen identiteit (hoe vergewissen? hoe identificeren?);
  • gebruik UZI-pas (inclusief veiligheidsaspecten).

Warning

Bij grote praktijken en instellingen kan het nodig zijn om praktijkprotocollen aan te passen op het BSN-gebruik. Dit betreft onder andere vergewissen/identificeren, gebruik UZI-pas, opvragen/verifiëren BSN, beveiliging (opbergen passen, omgaan met PIN-, PUK- en intrekkingscode), balieproces, wie legt wat en wanneer vast, wat te doen in gevallen waarbij geen BSN is gevonden etc.

Stap 10 (week 9)

Informeer uw patiënten over het BSN in de zorg.

Stap 11 (week 9)

Verbeter de kwaliteit van het patiëntenbestand.

Zijn de persoonsgegevens inhoudelijk en qua schrijfwijze correct in de patiëntenadministratie vastgelegd? Check of dubbbel geregistreerde patiënten in de database aanwezig zijn.

Stap 12 (week 9)

Test de UZI-middelen samen met eventuele aanpassingen in de organisatie. Als na de test blijkt dat iets niet werkt, onderneem dan actie om dit te verbeteren. Betreft het een probleem met Intramed, neem dan contact op met Intramed. Is het een probleem met de UZI-pas en/of kaartlezer, neem dan contact op via www.uziregister.nl.

Stap 13 (week 10)

Stel vast wanneer u definitief overgaat op het gebruik van het BSN in uw praktijk.